Taurine bij de kat - wat is belangrijk?

Taurine is een essentieel aminozuur dat normaal gesproken wordt gevormd in de lever. Bij de kat is dit slechts in beperkte mate mogelijk, omdat de betreffende enzymesystemen bij dit dier nauwelijks actief zijn.

Katten zijn er dus op aangewezen voldoende taurine uit hun voeding op te nemen; anders kunnen gevaarlijke tekorten ontstaan.

Taurinegebrek wordt doorgaans slechts geleidelijk merkbaar, meestal pas als er al onomkeerbare schade is ontstaan. Zo kan de kat bij taurinegebrek plotseling blind worden als gevolg van degeneratie van het netvlies op het oog (zogeheten taurine geassocieerde retinadegeneratie). De eveneens door taurinegebrek veroorzaakte dilatatieve cardiomyopathie (DCM, een hartaandoening waarbij het hart kracht verliest) is in zijn uitgesproken vorm tegenwoordig een zeldzaamheid geworden, omdat katten overwegend worden gevoerd met kant-en-klaar voer. Toch blijft het hart van de kat gevoelig voor taurinegebrek. Moeilijker te herkennen zijn gehoorverlies en vooral een zwakker immuunsysteem, beide als gevolg van een tekort aan taurine.

Omdat er vrijwel geen gevaar is van overdosering van taurine, kan en moet het gehalte ervan op peil worden gehouden door middel van aanvulling. In zijn chemisch zuivere vorm is taurine echter voor de kat een erg onaantrekkelijk wit poeder, en daarom is het ideaal als hapjes, snacks en/of een smaakvolle pasta worden aangeboden. Hapjes zijn er overigens in tal van smaakrichtingen en vormen. Voor katten die het liefst een pasta hebben is er een speciale taurinepasta verkrijgbaar.

Tip: omdat de voeding van een kat aan erg specifieke eigenschappen moet voldoen, is het cruciaal om taurine voldoende aan te vullen bij katten die volgens het BARF-principe worden gevoerd. Laat u daarom adviseren over dit onderwerp.